De priemende zonnestralen
komen door de wolken.
De voorbije regen liet
het water kolken.
Maar nu zijn de resterende waterdruppels als diamant.
En geven glinsteringen op
de bladrand.
De geurige hondsroos bloeit
als nooit tevoren.
En kan mij nu wel bekoren.
Om een verwonderende wandeling
te maken in het park.
Want gisteren was ik nog
een stijve hark.
Het is nù dat ik leven moet.
Die gedachte doet me goed.
Om niet met gisteren
en morgen bezich te zijn.
Zo geniet ik van elk moment
en dat is fijn.
Laat wat van je horen