Een bloem in volle groei,
Een bloem met verheuging op de bloei.
Komt uit de grond,
Waar eerst niets bestond.
Alleen groeide schuin,
Omdat deze bloem opgroeide in een vervuilde tuin.
Ogen waren weg gekeerd,
Dat heeft haar ook bezeerd.
Niemand probeerde het recht
te laten groeien,
Waardoor het later misschien niet meer zou gaan bloeien.
Maar af zou breken,
En haar kans zou worden verkeken.
De verwelking en de rottende stank, Was haar dank.
Maar het zaadje in de vervuilde grond,
Dat bestond.
En volgend jaar probeert deze bloem het weer,
Op zoek naar hoop, nog één keer.
En dat soort grond,
Is de grond waarop ik loop.
Laat wat van je horen