Ik voel me als een zwarte zon,
Een zon die niet wil schijnen,
Midden in de zomer.
Ik vraag de regen en onweer,
Zij hebben geen zin.
Ik moet toch schijnen,
Maar zonder plezier.
Het strand loopt vol,
En iedereen vind het fijn,
Fijn dat ik schijn.
Behalve ikzelf.
Ik wou dat het makkelijker was,
Makkelijker om een keer niet te schijnen.
Ik moet wel,
Want ’t is zomer.
Midden in de zomer.
De mensen verwachten me,
Het zonnetje is voorspeld.
Gillende kinderen, want de golven zijn zo hoog,
De mensen hebben plezier.
Maar ik niet,
’t gaat niet.
Ik heb geen plezier,
Ik stop,
Ik voel me als een zwarte zon,
Die ook niet schijnt.
Laat wat van je horen